Juist in deze kenniseconomie is ‘het Nieuwe Werken’ mogelijk. De trend zal zich in de toekomst voortzetten. Steeds meer productie zal verdwijnen naar de lagelonenland. We zullen door ‘mass customization’ alleen nog maar gemeengoed producten aanschaffen. Het onderscheidende vermogen, en daarmee de toegevoegde waarde, komt dan uit de diensten die met dat standaard product geleverd worden. Vergelijk dit met de laptop waarop dit stukje tik. Het is een saai standaardproduct, maar het stukje dat ik er op tik is dat niet. Dat hoop ik tenminste.
Maar dit is niet voor iedereen weggelegd. Zoals het woord ‘kenniseconomie’ al aangeeft, hebben vooral kenniswerkers hier voordeel bij. We hebben grote vooruitgang geboekt in de opleiding van de mensheid sinds de Industriële Revolutie. De grote groep anonieme ‘ongeschoolde arbeiders’ bestaat vrijwel niet meer. Voor zover die nu nog bestaat wordt die ingevuld door gastarbeiders uit telkens andere, in (kennis)economisch opzicht minder ontwikkelde regio’s. Eerst Noord-Afrika, nu Oost-Europa. Zij zullen (nog) niet aan ‘het Nieuwe Werken’ deelnemen. Het schoonmaken van onze kantoorfabrieken zal met ‘het Nieuwe Werken’ minder nodig zijn. Maar het schoonmaken van de straat nog wel. Het onderhouden van de gemalen om onze polders droog te houden ook. Dat is echter kennisintensief werk voor technici.
Het grootste deel van onze nieuwe ‘kenniseconomie’ zal echter wel meedoen met ‘het Nieuwe Werken’. Het kenniswerk zal anders georganiseerd worden. Er zal geen opzichter meer zijn die taken toewijst en de uitvoering van die taken controleert. Op een ´marktplaats´ zal werk aangeboden worden. Kenniswerkers zullen hier op ´intekenen´. Dit gebeurt reeds met free-lance vertalers. De klant geeft een tekst aan, de vertaler geeft aan hoeveel het per woord kost. Na de opdrachtverstrekking gaat de vertaler aan de slag en levert daarna de vertaalde tekst in. Allemaal vanuit huis. Alle ‘toegevoegde diensten’ op de gemeengoed producten die we importeren uit lagelonenlanden zullen op dezelfde wijze ‘geproduceerd’ worden. De coördinatie gebeurt dus niet meer via de interne coördinatiemechanismen zoals Mintzberg die beschreven heeft, maar via een ‘marktmodel’.
Niet iedereen zal in deze marktwerking mee kunnen. Dat zou namelijk betekenen dat iedereen ZZP’er of free-lancer zou zijn. En dat is voor een heleboel mensen niet weggelegd. Voor de bekende tweedeling ‘haves’ en ‘have nots’ komt een nieuwe tweedeling in de plaats: de ‘knows’ (kenniswerkers) en de ‘know nots’ (productiewerkers). Het verschil zal niet in materiële welvaart liggen, maar in mogelijkheden voor persoonlijke ontplooiing en de vrijheid om je leven naar eigen wens in te richten.
Het boekje is gratis te verkrijgen bij
KBenP