Driekwart van de Nederlandse werknemers wil graag van baan veranderen, maar deinst terug voor de mogelijke gevolgen.
Vooral de angst om een vast contract te verliezen (54 procent) speelt mee, maar ook angst om minder te gaan verdienen (51 procent) of de zekerheid van de huidige baan (54 procent) spelen mee in de terughoudendheid daadwerkelijk de stap te maken.
Dat blijkt uit een
onderzoek dat minister Henk Kamp van Sociale Zaken heeft gepresenteerd.
Andere baan
Van de Nederlandse werknemers staat 83 procent open voor een andere functie in hetzelfde bedrijf, 77 procent voor een vergelijkbare functie in dezelfde sector en 69 procent voor een vergelijkbare functie in een andere sector.
Meer salaris
Een meerderheid van de werknemers wil ook best een andere functie: 71 procent in dezelfde sector en 61 procent ook in een andere sector. Als motivatie worden onder meer genoemd: meer salaris (55 procent), een nieuwe uitdaging (49 procent) en gemotiveerd blijven (37 procent).
Duurzame inzetbaarheid
Volgens Kamp is duurzame inzetbaarheid in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de werknemers. ''Het is aan hen om aantrekkelijk te zijn en te blijven op de arbeidsmarkt", zei hij woensdag op een bijeenkomst in Utrecht.
Uit het onderzoek blijkt dat 72 procent van de werknemers dat zelf ook vindt, en zich zelf verantwoordelijk voelt om aan het werk te blijven.
Ziekteverzuim
Ruim 80 procent vindt dat hun baas hen mag aanspreken op overmatige alcoholconsumptie, het vermoeden van drugsgebruik of een hoog ziekteverzuim. Wat 20 procent betreft mag dat ook bij roken, overgewicht of het beoefenen van gevaarlijke sporten.